Voorbeelden van doelen, subdoelen en acties van Utrechtse wijknetwerken geboortezorg

Hieronder staan voorbeelden van hoofddoelen, subdoelen en acties van Utrechtse wijknetwerken geboortezorg beschreven. De subdoelen en acties zijn gesorteerd op thema: onderlinge samenwerking, warme overdracht, zorg voor gezinnen en kennisdeling. Haal er inspiratie uit voor je eigen wijknetwerk!

Hoofddoelen

  • De onderlinge samenwerking en werkwijzen verbeteren om ondersteuning tijdens de eerste 1000 dagen aan (aanstaande) ouders en kind te optimaliseren.
  • Kwetsbare situaties met elkaar beter signaleren en de onderlinge samenwerking en werkwijzen verbeteren. Om vervolgens ook in de samenwerking een goede aanpak te realiseren en er voor kind en moeder in de 1e 1000 dagen een goede start wordt gerealiseerd. Met als resultaat dat de zorg voor deze doelgroep zonder belemmeringen en in onderlinge afstemming tot stand komt.
  • Preventie: problemen voor het kindje en de ouders voorkomen door het (vroegtijdig) signaleren van zwangeren en jonge ouders in kwetsbare situaties (risico voor kind en/of moeder). Met als resultaat dat zwangeren in kwetsbare situaties eerder in de zwangerschap worden geholpen: om voorbereid te zijn, huis en plekje voor het kindje gereed te maken, geldzorgen te verminderen, band op te bouwen met ongeboren kindje, mentale hulp, sociaal netwerk.
  • De juiste ondersteuning bieden en crisissen voorkomen en oppakken met de juiste professional(s), zodat er minder kinderen worden geboren in kwetsbare situaties.

 

Subdoelen en acties (op thema)
 

Onderlinge samenwerking

Elkaar (beter) leren kennen/weten te vinden

  • Er is een heldere sociale kaart van de wijk.
  • Verschillende disciplines nemen deel aan de bijeenkomsten.
  • Deelnemers kennen elkaar (bij gezicht en naam).
  • Deelnemers zijn op de hoogte van elkaars werkzaamheden/weten wat ze van elkaar kunnen verwachten (bijv. door dit met elkaar te delen tijdens bijeenkomsten).
  • Deelnemers delen contacten met elkaar (t.b.v. verbreding van het netwerk).

Elkaar (beter) kunnen bereiken

  • Laagdrempelig(er) contact tussen (specifieke) zorgverleners in de wijk.
  • Meer contact(momenten) tussen (specifieke) zorgverleners in de wijk.
  • Een gezamenlijk platform om te communiceren (bijv. kennisnetwerk geboortezorg of Platform Sociaal Domein).

Elkaars expertise (beter) benutten

  • Duidelijkheid rolverdeling: wie kunnen we benaderen voor welk vraagstuk zodat we sneller en adequater kunnen reageren in de wijk?
  • Helderheid krijgen over casemanagement: welke professional heeft de regie, wie heeft wanneer welke verantwoordelijkheden?
  • Informele zorg beter benutten.
  • Buurtteam in een vroeg(er) stadium betrekken, zodat er tijd is om dingen te regelen.
  • De drempel naar het buurtteam verlagen, zodat de juiste hulp kan worden geboden.
  • Vaker samen met buurtteam in gesprek met ouder (driegesprek).
  • Het netwerk onderscheidt zich van/verbindt zich met bestaande netwerken. In kaart brengen welke overleggen er al zijn en in welke samenstellingen.

Leren van wat we doen

  • Bespreken van concrete casuïstiek (anoniem) met betrekking tot (ongeboren) kinderen en gezinnen in kwetsbare situaties.
  • Door casusbesprekingen leren wat beter had gekund/wat we volgende keer (beter) kunnen doen, elkaar bevragen.
  • Analyseren van de casuïstiek: knelpunten en succesfactoren prioriteren, brainstormen wat helpend zou zijn in deze casus, lessen en nieuwe inzichten met elkaar delen.
  • Een aantal kwantitatieve indicatoren in kaart brengen die gemonitord kunnen worden. Denk aan het aantal JGZ-huisbezoeken per jaar.
  • Organiseren themasessies (bijvoorbeeld jaarlijks relevante cijfers over wijk bespreken).
  • Verbeteringen in de samenwerking vaststellen en doorvoeren.

 

Warme overdracht

Het verhogen van het aantal warme overdrachten

  • In een gezin waar het mogelijk nodig is bij de start al noemen dat je met warme overdacht werkt, dat maakt afstemming laagdrempelig voor jezelf en het gezin.
  • Waar een prenataal huisbezoek wordt ingepland ook direct warme overdracht plannen.
  • Altijd aan elkaar terugkoppelen hoe het verder is gegaan (na de overdracht) - korte lijnen, laagdrempelig contact.
  • Het belang van warme overdracht bespreken met collega’s (je ervaringen).
  • Warme overdracht toevoegen in zorgpad.
  • Bij intake al kijken of warme overdracht nodig is en zo ja inplannen.
  • Collega’s van deelnemers aan het netwerk uitnodigen in elkaars team, om te vertellen wat je doet en dat warme overdracht gewenst is (bijv. consultatiebureau langs bij CP, JGZ langs bij verloskundigen en kraamzorg).

 

Zorg voor gezinnen

Samen werken aan preventie en/of passende oplossingen

  • Zicht op het (preventieve) aanbod in de wijk.
  • Zicht op wat er speelt (problematiek) en leeft (op thema’s, zoals armoede en leefstijl) in de wijk.
  • Zwangere vrouwen in kwetsbare situaties eerder signaleren en helpen om voorbereid te zijn. Denk aan: hulp bij huisvesting, mentale hulp en versteviging sociaal netwerk.
  • Passende oplossingen in de wijk realiseren.
  • Minder acute crisissituaties laten ontstaan (voorkomen van adhoc-oplossingen).
  • Het geboortenetwerk wordt als zinvol ervaren door de deelnemers.

Meer aandacht voor ouderbetrokkenheid en client perspectief

  • Meer zicht op behoeften van cliënten en aansluiting daarop: samen met ouders kijken naar wat er mist in de wijk/meer ouderparticipatie.

Kennis van ouders vergroten en stimuleren van zelfregie, bijvoorbeeld door:

  • Groepsbijeenkomsten CenteringPregnancy en CenteringParenting.
  • Aandacht bij ouders voor de term ‘ouderschap’ (wat houdt dat in), en wanneer dat goed genoeg is.
  • Ook/meer aandacht voor vaders.

 

Kennisdeling

Leren van elkaar/lessen uit het netwerk delen/agenderen

  • Met de eigen achterban/organisatie(s): deelnemers delen lessen uit het netwerk met directe collega’s en samenwerkingspartners in de wijk.
  • Met andere wijknetwerken geboortezorg.
  • Stedelijk en/of regionaal (bijvoorbeeld met de strategiegroep Kansrijke Start): signalen zo nodig op stedelijk niveau brengen.